Blog: Nieuwsbericht – Circulaire en low-impact vloeren
25.03.2026

Circulaire en low-impact vloeren: waar maak jij het verschil?
Wist je dat vloeren – zowel verdiepingsvloeren als vloeren op volle grond – een van de grootste bijdragen leveren aan de ingebedde milieu-impact van een gebouw?
Een studie van UGent toont aan dat wie de milieu-impact van de vloeropbouw (inclusief de dragende delen) significant kan reduceren, ook op gebouwniveau een duidelijke impact realiseert. Met andere woorden: wie hier slim ontwerpt, wint dubbel.
In een artikel van Buildwise wordt een traditionele vloeropbouw vergeleken met een toekomstgerichte variant, ontworpen volgens principes van aanpasbaarheid en demonteerbaarheid.
De conclusie?
- Traditionele opbouw → materialen moeilijk recycleerbaar + niet-omkeerbare verbindingen → 100% afval bij aanpassing of ontmanteling.
- Toekomstgerichte opbouw → tot 25% herbruikbaarheid en 72% recyclagegraad.
Ook binnen de BRUG-praktijkcases zien we dat vloeropbouwen vaak hét circulaire knooppunt vormen. Daarom delen we graag enkele strategieën én praktijkervaringen.

Strategie 1: Kies bewust voor low-impact of bio-based materialen
Door materialen met een hoge milieu-impact – zoals beton, traditionele dekvloeren, gespoten isolatie of keramische afwerkingen – te vervangen door alternatieven met een lagere impact of natuurlijke oorsprong, kan de milieu-impact tot 40% dalen (Studie UGent).
Denk aan:
- Demonteerbare afwerking zoals parket of tegels
- Demonteerbare dekvloeren
- Kalkchape
- Houten draagstructuren opgevuld met bio-based isolatie
- Isolerende uitvullaag met kalkhennep, kurkkorrels of argexkorrels
- Isolatie op volle grond met schelpen of glasschuim granulaten
Maar… de realiteit is complex
Vandaag bestaan er nog niet voor alle toepassingen volwaardige bio-based alternatieven. Sommige oplossingen zijn duurder. En het aantal aannemers met ervaring is nog beperkt en sterk regio-afhankelijk.
Het resultaat? Vaak ontstaan hybride vloeropbouwen: een combinatie van traditionele en low-impact materialen. En daar duiken nieuwe vragen op: hoe combineer je dampopen bio-based materialen met een niet-dampopen cementgebonden dekvloer? Wat met kruipgedrag? Hoe garandeer je draagkracht?
De praktijk leert dat onzekerheden beheersbaar worden door:
- vroegtijdig overleg met producenten en aannemers
- testen via mock-ups
- inschakelen van gespecialiseerde expertise
- in situ monitoring
Experimenteren mét kennisopbouw is hier de sleutel.

Praktijkcase: Greenhouse
Bij het project Greenhouse werd voor de vloer op volle grond gewerkt met volgende opbouw:
- 1 cm vloerafwerking
- 8 cm cementgebonden dekvloer (met vloerverwarming)
- Geotextiel
- 14 cm kurkkorrels
- Geotextiel
- 30 cm schelpen
- Geotextiel
Naast de wortelwerende functie zorgt het geotextiel ervoor dat de materialen aan het einde van de levensduur eenvoudig gescheiden kunnen worden — een bewuste, circulaire keuze.
Hygrothermische opvolging
Omdat kurk en schelpen dampopen zijn en de dekvloer niet, volgde Buildwise het vochtgedrag tijdens de werf op met sensoren. Zo werd gecontroleerd of vocht zich correct naar onder kon verplaatsen en niet opgesloten werd onder de dekvloer.
Daarnaast werd een ballasttest uitgevoerd om de draagkracht van de kurkkorrels te evalueren. Uiteindelijk bleek het nodig om ze in honingraatstructuren te plaatsen om kruipgedrag te beperken.
Conclusie: innovatieve vloeropbouwen vragen monitoring en bijsturing – maar ze zijn haalbaar.

Strategie 2: Zet in op hergebruik
Voor veel bouwmaterialen zit de grootste milieu-impact in de productie. Wie hergebruik toepast, vermijdt die productiefase volledig.
LCA-berekeningen tonen dat hergebruik een bijzonder effectieve strategie is om milieu-impact te reduceren – én om ontginning van primaire grondstoffen te beperken.
Voor vloeropbouwen zien we potentieel in:
- Hergebruikte tegels (mits demonteerbaar en esthetisch geschikt)
- Verhoogde vloersystemen
- Hergebruik van harde isolatieplaten
- Gerecupereerd hout voor roosteringen

Praktijkcase: Ter Wende
Binnen het project Ter Wende werd onderzocht of isolatieplaten via een materialenbank konden worden aangekocht. Ex-situ hergebruikte PUR/PIR-platen (9 cm dik, €12/m² excl. btw via Trovo Gent) bleken een interessant alternatief om de hoeveelheid EPS-chape te reduceren.
De uiteindelijke opbouw bestond uit:
- Droge demonteerbare dekvloer (OSB)
- Akoestische mat
- Isolatieplaten
Een praktische les uit dit project: timing is cruciaal. Door een vergissing werden de hergebruikte platen niet tijdig aangekocht, waardoor de voorraad niet meer beschikbaar was.
Hierdoor werd de uitvullaag uitgevoerd in een lichte EPS-Chape, uit ervaring blijkt dat:
- Veel losse EPS-parels op de werf → milieu-impact en vervuiling
- Nivelleren bleek arbeidsintensief, perfect egaal oppervlak is niet evident
- EPS-Chape in één laag uitgevoerd
Circulair bouwen vraagt dus ook werfrealiteit en planningsexpertise.

Strategie 3: Ontwerp voor demonteerbaarheid en toekomstige aanpasbaarheid
Vooral de opvullaag en de dekvloer vormen vandaag een circulaire uitdaging.
Opvullagen
Men experimenteert vandaag volop met opvullagen op basis van korrels en/of roostersystemen. Deze creëren hoogte, maken leidingen toegankelijk en bieden isolatie.
Nadeel: meer materialen en complexere plaatsing → vaak duurder dan traditionele oplossingen zoals isolatiechape.
Dekvloeren
Een klassieke natte dekvloer:
- Zorgt voor stabiliteit
- Laat integratie van vloerverwarming toe
- Maar maakt onderliggende lagen ontoegankelijk
Droge dekvloeren vormen een alternatief:
- Dubbele geschrankte platen met hoge densiteit
- Onderling geschroefd
- Eventueel gefreesd voor vloerverwarming
Ze blijven demonteerbaar en maken toekomstige aanpassingen eenvoudiger.

En wat met de afwerking?
Veel vloerafwerkingen worden traditioneel verlijmd: keramische tegels, parket, marmoleum, linoleum.
Vandaag bieden innovatieve, losmaakbare lijmen nieuwe perspectieven.
Voor Marmoleum werd gekozen voor een watergedragen lijm, zodat de afwerking later kan worden losgemaakt zonder de ondervloer te beschadigen. Dit is een techniek die vaak voor sportvloeren wordt gebruikt.
Ook hier: prestaties en circulariteit worden samen bekeken.

Wat leren we hieruit?
Universele oplossingen voor low-impact circulaire vloeren bestaan vandaag nog niet. Maar dankzij experimenten, praktijkcases en doorgedreven monitoring worden de uitdagingen steeds duidelijker.
Producenten stemmen hun producten beter af op duurzaamheidseisen.
Ontwerpers bouwen meer kennis op rond dampgedrag en demonteerbaarheid.
Aannemers ontwikkelen nieuwe uitvoeringsmethodes.
De vloer – ooit een vanzelfsprekend bouwonderdeel – wordt zo een strategisch hefboomelement in circulair bouwen.
Wil jij als architect of opdrachtgever het verschil maken?
Dan begint het misschien wel… onder je voeten...


